zaterdag 16 januari 2016

Verborgen Verleden zaterdag 16 januari 2016 Loes Luca


De basis voor elke aflevering van Verborgen Verleden wordt gelegd met behulp van het CBG|Centrum voor familiegeschiedenis. In de uitzending worden een of meerdere familielijnen uitgewerkt voor de zoektocht van de hoofdpersoon, maar er zijn natuurlijk nog veel meer verhalen te vertellen. Naar aanleiding van ons onderzoek geven we op deze pagina’s nog wat extra informatie bij de betreffende uitzending.










Loes’ vader, Luuk Luca, had een ‘hele grote duim’, zoals ze het zelf verwoordt, waar hij veel fantastische verhalen uit haalde. Zo zou hij de wereldzeeën hebben bevaren en talloos veel landen en havensteden bezocht. En tijdens de oorlog had hij in een ‘bleekneusjeskamp’ in Duitsland gezeten. Hij had allerlei verhalen over Russische soldaten, loopgraven, vuurpelotons waar hij getuige van was geweest. Ze nam ze met een pond zout, maar zou graag willen weten wat er echt waar van was.
Loes wordt ontvangen in Hotel New York in Rotterdam, waar ze de kaart te zien krijgt waarop haar vaders zeereizen staan genoteerd. Het is er welgeteld één, op het schip de Veendam, die een maand en negen dagen duurde. Hij was toen vier dagen in New York geweest en had daarna een korte stop in Barbados gemaakt. ‘Okee, daar heeft hij dus een paar voetstapjes liggen,’ constateert Loes met milde ironie.
Loes komt ook iets meer te weten over het Duitse ‘bleekneusjeskamp’. Als veertienjarige ging Luuk Luca mee met een georganiseerd kamp van de NVD – de Nederlandse Volksdienst. Dat was een zeer Duitsgezinde organisatie. Het werd door de schoolmeester aangeraden en zijn moeder was er sterk tegen gekant geweest vanwege de NSB-ouders die ze bij het station zag staan toen ze hem naar de trein bracht, maar hij ging toch. Hij kwam terecht in Tsjechoslowakije, midden in de chaos van de eindstrijd van de oorlog, waar hij lang niet altijd vriendelijke confrontaties met zowel Duitse, Amerikaanse als Russische soldaten moet hebben gehad.  
Loes: ‘Oma heeft eens gezegd: “Hij ging weg als een jongen en kwam terug als een man”.’
Grootvader Luca werd opgepakt tijdens een grote – de grootste – razzia in Rotterdam in 1944. Hij ging als dwangarbeider naar Duitsland en kwam daar om tijdens een bombardement in Erfurt. Loes staat op de plaats waar dat is gebeurd en zegt dat het haar op de een of andere manier geruststelt dat het een bombardement was, dat hij daar met anderen was, misschien net even naar de kroeg geweest, en niet zoals altijd werd gedacht dat hij in het kamp is gestorven aan ziekte en ontberingen.
Aan het einde van haar zoektocht is Loes tevreden met de antwoorden die ze op haar vragen heeft gekregen. Vooral dat ze meer zicht heeft gekregen op wat er wèl waar was van haar vaders verhalen.
‘Ik hoor hem nu zeggen: “zie je wel?”.’
En met haar blik een beetje schuin naar boven gericht zegt ze: ‘Ja, ik zie het.’

De familienaam Luca

Tegenwoordig is Luca een populaire voornaam die aan zowel jongens als meisjes wordt gegeven. Deze voornaam is afgeleid van het bijbelse Lucas, en zou vanuit Hongarije onze kant op zijn gekomen.
De voorvader van Loes Luca, wiens kinderen als eersten de familienaam Luca droegen, kwam echter uit een andere hoek van Europa.
Pierre Lucas was een Fransman. Hij werd in 1678 geboren in Quevilly, een dorpje bij (tegenwoordig een wijk van) Rouen. Als twintigjarige woonde hij in Utrecht, waar hij zich liet inschrijven als lidmaat van de Waalse kerk – nadat hij het roomskatholieke geloof had afgezworen. Dat was in 1698.
Na 1685, toen door het Edict van Nantes het protestante geloof in Frankrijk praktisch werd verboden, vluchtten veel protestanten – in Frankrijk hugenoten genaamd – naar Nederland.
Pierre Lucas kwam hier als katholiek, maar het is goed mogelijk dat hij vanwege de geloofsvervolgingen uit Frankrijk vluchtte en zich, eenmaal in veilig gebied, pas openlijk bekeerde.
Pierre Lucas’ zoon werd ingeschreven als Salomon Luca. Waarschijnlijk viel die S er bij het registreren vanzelf af, vanwege de Franse uitspraak van de naam Lucas, en daarna bleef het zo. Salomon noemde zijn zoon Pieter – naar zijn vader maar dan in het Nederlands. 
Voor meer informatie over familienamen kunt u terecht bij de familienamenbank

Fysieke verschijning

Uit de tijd dat er nog geen foto’s werden gemaakt en alleen de welgestelden zich een geschilderd portret konden veroorloven, hebben we maar zelden aanwijzingen van hoe iemand eruitzag. Een van de manieren om daar een glimp van op te vangen zijn de militieregisters, waarin soms een persoonsbeschrijving staat vermeld. Alle jongemannen moesten aan hun militieverplichtingen voldoen. De huwelijkse bijlagen bevatten  een ‘bewijs van voldoening aan de nationale militie’, waaruit blijkt of iemand al dan niet was ingeloot of vrijgesteld. Zo vonden we van Cornelis Burger (geboren in 1812), een voorvader in de lijn van Loes’ moeder, een aardige beschrijving van hoe hij er als jongeman moet hebben uitgezien. Zijn lengte was 1 el, 7 palm, 2 duim en 7 streep (omgerekend één meter 72). Zijn aangezicht was ovaal, hij had een hoog voorhoofd, blauwe ogen, een grote neus, een gewone mond, een spitse kin en een bruine haardos.

Geluk en ongeluk

Cornelis’ dochter Heiltje Burger (1835-1922) trouwde met Matthijs Haak (1830-1883).
Dit echtpaar zat het niet echt mee. Ze kregen tien kinderen, waarvan er maar vier volwassen zijn geworden. Zes kinderen overleden op zeer jonge leeftijd. Hun eerste zoon, Matthijs genaamd, werd geboren in 1855. Hij werd maar zeven jaar. Zes maanden na zijn overlijden werd er weer een jongetje geboren, dat ze opnieuw Matthijs doopten. Deze Matthijs werd een stukje ouder en kreeg meer van de wereld te zien; hij overleed op veertigjarige leeftijd op Bonaire.
Als jongen van twaalf stotterde Matthijs. Zijn ouders brachten hem naar een Rotterdamse specialist, Johan Eich. Dat was kennelijk een goed besluit geweest, want op 1 januari 1876 zette vader Matthijs een advertentie in de krant waarin hij dokter Eich bedankte voor zijn kundige hulp. ‘(…) mijn oprechten dank dat hij mijn Zoon Matthijs, 12 jaar oud, die in hooge mate stamelde, binnen twee maanden van dit gebrek genezen heeft’.
Of was het een reclametruc van dokter Joh. Eich en gaf hij een paar gratis consulten in ruil voor het mogen gebruiken van Haaks naam?
Matthijs Haak senior verdiende de kost als zeeloods. In december 1883 sloeg hij tijdens een storm overboord. Zijn weduwe Heiltje betreurde niet alleen haar man, haar jongere broer Adrianus kwam in dezelfde storm om het leven.

Zelf aan de slag met uw familiegeschiedenis? Ga naar CBG|Centrum voor familiegeschiedenis

















1 opmerking: