vrijdag 18 mei 2012

Index op de vredegerecht van BHIC uitgebreid

Het Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC) heeft in april de index op de archieven van de vredegerechten op zijn site uitgebreid met ruim 6500 vonnissen, akten en uitspraken afkomstig van de vredegerechten Boxmeer en Ravenstein. Het BHIC heeft de vonnissen van 6 van de 24 vredegerechten die Noord-Brabant tussen 1811 en 1838 telde online staan, namelijk van Boxmeer, Eindhoven, Gemert, Grave, Ravenstein en Roosendaal. Van de 15.000 akten hebben er 6.500 betrekking op Boxmeer (4.000) en Ravenstein (2.500). Zie www.bhic.nl/vredegerechten. De toevoeging is tot stand gekomen dankzij hulp van NGV afd. Land van Cuijk en Ravenstein

Juge de paix ca. 1800
De archieven van de vredegerechten vormen een waardevolle bron van informatie voor onderzoek naar familiegeschiedenis of streekgeschiedenis.

De vredegerechten zijn de voorlopers van de huidige kantongerechten, de laagste rechtbanken dus. Ze zijn afkomstig uit het Franse rechtstelsel (Juge de Paix) en zijn in Nederland ingevoerd tijdens de inlijving bij Frankrijk. Voor het grootste deel van Brabant vond dat in 1811 plaats. Het vredegerecht is in 1838 opgeheven. De vrederechter was bevoegd voor lichte vergrijpen en eenvoudige administratieve handelingen. Hij behandelde eenvoudige dorpsruzies, openbare verkopingen, aanstellingen van voogden en zo voort. Eigenlijk was de vrederechter een soort 'mediator avant la lettre'. Zijn taak was om te proberen mensen tot een vergelijk te laten komen. Een zaak mocht pas aanhangig worden gemaakt bij een hogere rechtbank nadat de zaak eerst was voorgelegd aan een vrederechter.

Index is eigenlijk niet de juiste benaming voor deze toegang op de Brabantse vredegerechten. De benaming regesten is meer op z'n plaats, omdat  meestal de inhoud van de stukken goed wordt beschreven. Dit maakt het tot een rijke bron. Een aardig voorbeeld van zo'n regest is navolgende verklaring van 12 maart 1813 voor het Vredegerecht Boxmeer:
Jan Albert Kerstens, 24 j., leerlooier, Boxmeer legt een verklaring af betreffende oplichterij ten nadele van zijn broer Franciscus Johannes Kertens, dienstplichtige loteling uit het jaar 1789, door de heer Nieuwenhuijzen, ex-burgemeester van Linden. Comparant verklaart met zijn broer en genoemde Nieuwenhuijzen op 23 februari j.l. in 's-Hertogenbosch bijeen te zijn geweest in de Karstraat bij herbergier Gooyaards. Zijn broer moest eerst een bedrag van F 250 en daarna nog F 25 betalen aan Nieuwenhuijzen, waarna deze zou instemmen met een plaatsvervanger voor de dienstplichtige. Tevens verklaart Jacobus Kerstens 30½ j., lakenfabrikant, Boxmeer, broer van de anderen, dat hij niets kan toevoegen aan de brief, geschreven door P.J. van Zuylen, commissaris der politie van 's-Hertogenbosch, gedateerd 23.02.1813.
(Met dank aan Albert Hoekstra voor de tip.)

1 opmerking:

  1. Dank voor de extra reclame! Het is inderdaad een hele mooie bron.

    En ja, de benaming 'index' doet eigenlijk niet echt recht aan de manier van toegankelijk maken. Ik denk dat het een index is genoemd, omdat 'regesten' veel mensen weinig zegt. Als alternatief zouden we ook hier van 'samenvattingen' kunnen spreken, zoals we ook elders op de site doen.

    Hoe dan ook, op onze blog hebben we een paar leuke vonnissen uitgelicht, zodat onderzoekers een beeld krijgen van de inhoud ervan. Ga naar Brabant Bekijken

    BeantwoordenVerwijderen