vrijdag 11 februari 2011

'Valentijnsgedicht' uit 1810

Het CBG heeft een behoorlijk grote collectie met gelegenheidsgedichten en andere handschriften uit de 17e t/m de 19e eeuw. Niet een collectie waar het grote publiek veel kans maakt iets over haar eigen familie in  te vinden. Maar uit taalwetenschappelijk oogpunt is het een mooie collectie. Daarnaast gebruiken we de collectie zelf om af en toe iets uit te halen als illustratie bij en verhaal, of om opnieuw dienst te doen als bijvoorbeeld een nieuwjaarskaart.



Ter gelegenheid van Valentijnsdag bieden we onze lezers dit 'Valentijnsgedicht' uit 1810 dat we vorig jaar kregen uit een schenking. Zie hier voor (grotere) pdf-versie.

Nederland kent geen vroege Valentijnstraditie. Het Meertens Instituut wijst er op dat het hele Valentijnsgedoe via de Verenigde Staten na de Tweede Wereldoorlog pas naar Nederland kwam. Dus dat zou een Valentijnsgedicht uit 1810 bijzonder maken.
De traditie heeft zijn wortels in Engeland. Het gedicht Parlement of Foules van Geoffrey Chaucer (ca. 1343-1400) is het oudste gedicht waarin sprake is van Valentijnsdag. Geoffrey Chaucer is vooral bekend door de Canterbury Tales.

'Valentijnsgedicht' anno 1810

Wel Ed. Mevrouw

Niemand onder al de menschen,
Die u heden zegen wenschen,
Vindt zich meer dan ik verpligt,
Tot het schrijven van een dicht,
‘K hoop dat gij het gebrek der kunst,
Zult bedekken door uw gunst,
God wil U een reeks van jaren,
Vergenoegd het leven sparen,
In gezondheid en geluk,
Vrij van ongeval en druk,
Niets zal ooit uw welvaard storen,
Wil de Heer de beê verhooren,
Van hem die dit dichtje schrijft,
En uw kleine dienaar blijft.

Dit wenscht U Wel Ed. Onderdanige Dienaar
B.A. Seghers

1 opmerking:

  1. Mooi! Het zijn juist dit soort 'pareltjes' waar ik altijd heel erg blij van word.

    BeantwoordenVerwijderen